Posts tonen met het label project. Alle posts tonen
Posts tonen met het label project. Alle posts tonen

dinsdag 4 april 2017

Het doelpubliek? Wie of wat is dat?


« Ik heb hier een cursus die ik al jaren geef maar ik heb daar echt geen tijd meer voor. Kan je die omzetten naar een e-learning module? Ik zal je de PowerPointpresentatie sturen. En ah ja, ik heb ook nog wat losse notities. Ik zal ze kopiëren en inscannen en ze je per mail sturen. Oké? »

Je denkt misschien dat ik dit uit mijn duim zuig of dat ik dit heb opgediept uit mijn lange termijn geheugen. Wel, niets is minder waar. Het is een deel van een gesprek dat ik begin januari 2017 in een grote onderneming heb gehoord.

Ook de repliek van de opleidingsconsulente was veelzeggend: “Oké, Paul, we maken er werk van. Ik laat je nog iets weten.”

En deze gang van zaken is geen alleenstaand feit, nee, het is schering en inslag in de bedrijfswereld. Het is betreurenswaardig want iedereen kent toch op zijn minst het ADDIE-model?! Of heb ik het hier al niet bij het rechte eind?

Enigszins benieuwd naar haar aanpak, vroeg ik de opleidingsconsulente hoe ze het project van Paul verder zou aanpakken. Haar “voor de hand liggende antwoord” was: “Zodra Paul de presentatie heeft gestuurd, zetten we die om met een Rapid Learning tool, we voegen zijn notities toe en nog enkele quizvragen op het einde. Daarna zetten we de module op het LMS.”

Haar antwoord verraste me helemaal niet, want daarvoor heb ik deze aanpak al te vaak gezien. Toch kon ik het niet laten om te vragen wie het doelpubliek van de module was. “De mensen op de afdelingen waarvan hij de manager is.” En daarmee was het draaiboek voor de module klaar.

De vraag die ik me vaak stel, is: “Hoe kunnen L&D teams opleidingen en opleidingstrajecten ontwikkelen als ze zelfs hun doelpubliek niet kennen?” Als ik even grasduin in de antwoorden die ik al gekregen heb, telkens als ik deze vraag gesteld heb bij de aanvang van nieuwe projecten, dan valt het toch wel op hoe weinig er rekening gehouden wordt met deze parameter. Ziehier een kleine bloemlezing:

Ø  Dat is toch niet belangrijk (HR Manager van 47 jaar, 2015)

Ø  Ze moeten zich maar aanpassen aan de leervorm die we aanbieden (opleidingsconsulente van 33 jaar, 2016)

Ø  Ze hebben geen keuze, ze MOETEN de module doorlopen (bedrijfspsychologe van 29 jaar, in 2016)

Ø  We hebben toch vooral Generation Y in ons personeelsbestand; dus weten we toch hoe en waar ze leren (Senior Learning Consultant van 45 jaar, 2017)

Ø  Ze moeten het maar doen na de werkuren of in het weekend. Tijdens de werkuren is er geen tijd voor. Alles staat op het LMS en op Intranet. (L&D Manager van 41 jaar, 2016)

Ik begin me soms zelfs af te vragen of ik de enige - of één van de weinigen - ben die een gedetailleerde beschrijving van het doelpubliek als een conditio sine qua non bestempel om een L&D project tot een succes te doen uitgroeien.

Hoe kan je een doeltreffend opleidingstraject uitwerken voor jonge toekomstige managers om tijdens de onboarding de kloof tussen de bestaande soft skills en de gewenste of benodigde soft skills te dichten als je je doelpubliek niet kent? Hoe kan je het juiste evenwicht tussen distance learning, peterschap, intervisie, coaching door senior managers, opleidingen in een assessment center, microlearning en/of andere leervormen bepalen in je opleidingstraject als je niet weet voor wie je uitwerkt?

Je moet je doelpubliek kennen en dit zo gedetailleerd mogelijk. Het volstaat NIET te weten dat er 20% Babyboomers zijn en 50% tot Generation X en 30% tot Generation Y (Millennails) behoren. Wat zijn hun leergewoonten, waar en wanneer willen ze leren, hoe willen ze leren, hoe denken ze over collaboratief leren, hoe belangrijk is sociaal contact voor hen, wat zijn hun drijfveren, wat motiveert hen om te beginnen met leren en om ermee door te gaan, worden ze gedreven door uitdagingen, competitie…?

Download hier een overzicht van mogelijke vragen die je kunnen helpen bij het gedetailleerd bepalen van je doelpubliek. Deze lijst heeft geenszins het oogmerk volledig te zijn. Alle aanvullingen zijn van harte welkom. Je kan ze me via mail sturen.

Niet voor elk type opleiding (e-learning, c-learning, v-learning…) zijn alle vragen even relevant natuurlijk maar ieder kan er naar eigen willekeur uit putten. Sommige vragen leunen ook dicht aan bij een TNA (Training Needs Analysis) en maken daardoor het verdere voorbereidende proces, nl. het voeren van de behoefteanalyse en het opstellen van de leerdoelstellingen, eenvoudiger.

maandag 15 december 2008

Een taal leren is een project.

Als consultant in het opstellen, uitwerken en begeleiden van leertrajecten en opleidingsprojecten sta ik bedrijven met raad en daad bij om het welslagen van hun ondernemingen op dat vlak te trachten te vergroten. En het moet gezegd worden: het aanleren van vreemde talen is vaak een verlieslatend initiatief voor bedrijven. Waarom?

Velen is het niet gegeven meerdere talen op een natuurlijke en haast foutloze manier te spreken.

Een taal leren is dan ook niet zo eenvoudig. Kijk naar een kind. Hoelang duurt het alvorens het eindelijk zijn eerste woordjes uit? En het eerste zinnetje? En zijn eerste gesprek? En dan hebben we het nog niet over het schriftelijke vermogen.

Velen verwachten dat ze een taal kunnen leren zoals ze nat worden als ze in een douche staan. Wel, daar wringt nu het schoentje. Veel mensen (een overgrote meerderheid?) beschouwen een taal leren als een noodzakelijk kwaad, als iets tussen de soep en de patatten, als iets dat wel vanzelf zal komen als ze maar voldoende jaren twee keer twee uur per week een les bijwonen. Maar... inderdaad... het komt niet.

Als we het leerproces van het kind vergelijken met datgene van de meeste studenten, is het ook overduidelijk waarom het taalleerproces vaak spaak loopt. Er is geen project, er is geen gedrevenheid, er is geen motor, er is geen stuwkracht, er is geen drijvende kracht, er is enkel "het zich blootstellen aan enkele oefeningen in (hopelijk dan toch) de beoogde doeltaal" maar dat volstaat niet.

In de bedrijfswereld is het vaak hetzelfde probleem: de baas wil dat iedereen een andere taal leert. En dus worden er cursussen georganiseerd. Het eerste jaar zijn er 120 ingeschrevenen, het jaar nadien nog 35 en twee jaar later nog amper een handvol. Wie blijft er dan nog over? Inderdaad, de mama's die hun kroost naar een anderstalige school sturen en het steeds moeilijker hebben om hun spruiten te volgen, laat staan de briefwisseling van de school te lezen.

Die 5 overgebleven studenten hebben wél een project. Er is een drijvende kracht en een motivatie. Maar de door de baas opgelegde cursus was al ten dode opgeschreven voordat hij van start ging. Er was immers geen project.

Een project veronderstelt immers een aaneenschakeling van heel wat onontbeerlijke stappen. Zodra een ervan ontbreekt of overgeslagen wordt, sterft het project een zekere, onuitwisbare dood.